Tien aanbevelingen voor nieuwe projectaanvragen

17
jan

In opdracht van het AMVJ Fonds deed Onderzoek, Informatie en Statistiek van de Gemeente Amsterdam een onderzoek naar de vraag:

‘Aan welke type projecten kan het AMVJ-fonds het beste subsidie verlenen om de sociaal-culturele positie van Amsterdamse jongeren, voor wie toegang tot sociaal-culturele activiteiten niet vanzelfsprekend is, te verbeteren?’

De tien aanbevelingen uit het rapport vormen met elkaar het kader waarlangs het AMVJ Fonds toekomstige projecten zal beoordelen.

Deze zijn achtereenvolgens:

1. Zet vooral in op kinderen met een lage sociale economische status
Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat vooral kinderen met laag-opgeleide ouders, uit minimahuishoudens en/of met een niet-westerse herkomst het minst participeren op sociaalcultureel gebied. Deze jongeren zijn vaker (maar niet uitsluitend!) te vinden in wijken buiten de ring (inclusief Noord).

2. Speel in op de motivatie van deze achterstandsjongeren
Er worden in de literatuur vier hoofdredenen (Staying off the streets, Learning new skills, Avoiding boredom en Opportunities for fun and enjoyable activities) onderscheiden van achterstandsjongeren om mee te doen aan jeugdprogramma’s gericht op culturele en maatschappelijke participatie. Van die redenen kan gebruik worden gemaakt bij de werving van jongeren voor deelname.

3. Hou rekening met de beperkingen van deze doelgroep en speel hierop in
Kinderen met een lage sociaal-economische status hebben vaak lager ontwikkelde executieve vaardigheden (bijvoorbeeld: emotionele- en impulscontrole). Dit is soms lastig voor medewerkers uit de culturele sector. Houd hier rekening mee bij projecten en speel ook in op het ontwikkelen van deze vaardigheden. Andere beperkingen van deze jongeren zijn bijvoorbeeld: persoonlijke verplichtingen gerelateerd aan school, werk of familie, geldtekort, tekort aan vervoersmiddelen, tekort aan informatie over het programma, taalbarrières, een onveilige omgeving en/of een negatieve mening over het programma of de mensen die het programma begeleiden.

4. Betrek ouders bij de culturele en maatschappelijke participatie van hun kinderen
De beschreven onderzoeken geven aan dat ouders een grote invloed hebben op de cultuurparticipatie van hun kinderen. Onvoldoende sociaal-culturele participatie blijkt daarnaast een vicieus karakter te hebben over generaties heen. Het is daarom belangrijk om ouders te betrekken bij het werven en de participatie van cultuureducatieprogramma’s. Zeker ook omdat de regels die ouders hun kinderen opleggen van grote invloed is op de participatie van jongeren in jeugdprogramma’s. Betrokkenheid van ouders vergroot de kans op succes. Wel dient hierbij te worden opgemerkt dat fysieke participatie van ouders niet altijd wenselijk is omdat jeugdprogramma’s voor sommige jongeren een veilige omgeving vormen die hen beschermen tegen een vervelende thuisomgeving.

5. Focus op programma’s die zich richten op persoonlijke ontwikkeling en het leren van nieuwe vaardigheden
Onderzoek heeft aangetoond dat programma’s waarin jongeren hun eigen talenten kunnen ontdekken en de mogelijkheid krijgen om waardevolle vaardigheden te leren voor de toekomst als positiever worden ervaren door de doelgroep. Dit geldt ook voor programma’s waarvan jongeren een positief zelfbeeld krijgen en inzicht krijgen in hun meerwaarde voor de gemeenschap. Jongeren geven aan graag iets te willen leren van de jeugdprogramma’s. Projecten die hierop inspelen hebben dus waarschijnlijk een grotere (en langdurigere) impact omdat de innerlijke motivatie van de jongeren wordt aangesproken.

6. Let op verschillen in culturele achtergronden van de kinderen
Jongeren met een niet-westerse achtergrond gaan minder vaak naar musea. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat hun ouders minder vaak geïnteresseerd zijn in Nederlandse musea. Dit zou kunnen komen doordat de klassieke cultuur van het land van herkomst niet aansluit met de klassieke cultuur in Nederland en er daardoor een smaakverschil of een interesseverschil ontstaat. Dit is mogelijk ook van belang bij het succesvol betrekken van de ouders.

7. Zet in op kwaliteit in plaats kwantiteit
In Amsterdam bestaat een (te) groot aanbod aan cultuureducatie. Hierbij wordt vooral ingezet op jongeren oppervlakkig kennis te laten maken met zoveel mogelijk vormen van kunst en cultuur. Het is de vraag hoe effectief dit is. Programma’s die meer de diepte in gaan bereiken waarschijnlijk meer bij jongeren.

8. Stimuleer projecten met een ‘gedeelde leerervaring’ i.p.v. uitsluitend kennisoverdracht
Vanuit de praktijk worden signalen opgevangen dat projecten waarin kinderen zelf moeten nadenken en dingen moeten ondernemen meer gewaardeerd worden dan projecten die bestaan uit alleen kennisoverdracht.

9. Let op bestaande type aanbod qua kunst- en cultuureducatie
Cultuureducatie van Amsterdamse scholen focust zich momenteel sterk op muziek. Het is voor AMJV Fonds een aanbeveling als aanvragen betrekking hebben op andere kunstvormen.

10. Begin jong
Een vroege kennismaking met cultuur en kunst vergroot de kans op cultuurparticipatie op latere leeftijd. Hierbij is het van belang dat deze kennismaking als positief wordt ervaren door de kinderen. Dit kan door aan te sluiten op de bestaande kennis en interesses van deze jonge kinderen.

Het hele rapport is op te vragen bij het secretariaat van het AMVJ Fonds: secretariaat@amvjfonds.nl